De procedures voor het veilig optuigen, inspecteren en gebruiken van een loodsladder (pilot ladder) zijn internationaal strikt vastgelegd in SOLAS Chapter V, Regulation 23 en de IMO-resoluties. Deze regels zorgen ervoor dat een loods onder alle weersomstandigheden veilig aan en van boord kan gaan. Hieronder vindt u de belangrijkste procedures en vereisten opgedeeld in logische stappen:
1. Inspectie en Onderhoud (Vooraf).
- Pre-use check: De ladder moet vóór én na elk gebruik visueel worden geïnspecteerd door een verantwoordelijke officier.
- Integriteit van de treden: Treden moeten horizontaal hangen, schoon zijn (vrij van olie/vet) en mogen absoluut niet beschadigd of gebroken zijn. Er mogen maximaal twee vervangende treden in een ladder zitten.
- Gebruikstermijn: Loodsladders hebben een beperkte levensduur. Ze moeten binnen 36 maanden na productie (of 30 maanden na ingebruikname) volledig uit de vaart worden genomen.
2. Het Optuigen (Rigging Procedures).
- Locatie aan de scheepswand: De ladder moet worden uitgezet aan de lijzijde van het schip (beschermd tegen de wind) op een recht, parallel deel van de romp waar de treden vlak tegen de scheepswand rusten. De locatie moet vrij zijn van eventuele lozingen van het schip.
- Vrije klimhoogte: De loodsladder is bedoeld voor een klim van minimaal 1,5 meter tot maximaal 9 meter boven het wateroppervlak.
- Combinatieladder: Als de afstand van het water tot de toegangsplaats meer dan 9 meter bedraagt, is een combinatieregeling verplicht (een combinatie van de accommodatieladder/valreep en de loodsladder).
- Spreilatten (Spreaders): Om te voorkomen dat de ladder gaat twisten (draaien), moeten er spreilatten van minimaal 1,80 meter lang tussen de treden zitten. De onderste spreilat is altijd de 5e trede van onderen.
- Bevestigingspunt: De ladder moet rechtstreeks aan gecertificeerde, sterke structurele punten op het dek worden vastgemaakt, nooit aan de reling.
3. Uitrusting bij de Toegangsplaats (Point of Access).
De opstapplaats aan boord moet direct klaarstaan met de volgende goedgekeurde veiligheidsuitrusting:
- Handstutten (Stanchions): Twee stevige, aan de scheepsconstructie vergrendelde stutten (minimaal 1,2 meter hoog) om de overstap van de ladder naar het dek veilig te maken.
- Bijlooptouwen (Manropes): Twee touwen met een diameter tussen de 28 mm en 32 mm, die stevig aan het schip vastzitten (indien de loods hierom vraagt).
- Veiligheidsmiddelen: Een reddingsboei uitgerust met een zelfontbrandend licht en een werplijn (heaving line) moeten direct voor het grijpen liggen bij de ladder.
- Verlichting: Bij nachtelijke transfers moet de gehele ladder overboord én de opstapplaats op het dek helder verlicht zijn.
4. Operationele Toezicht.
- Officier van de wacht: Het optuigen van de ladder en de feitelijke transfer moeten altijd onder direct toezicht staan van een verantwoordelijke officier.
- Communicatie: Deze officier moet constant in contact staan via portofoon met de navigatiebrug, zodat de kapitein en de loodsboot direct kunnen afstemmen over koers en snelheid.
Wilt u specifieke informatie over de combinatieladder (boven de 9 meter), zoekt u naar een officiële checklist voor de bemanning, of wilt u de details weten over de nieuwste SOLAS-wijzigingen? Dit helpt mij om u gerichter te informeren.